Voor het schrijfcafé van Pam,
Het is zover.
Éénentwintig april tweeduizendzesentwintig.
Op naar een meerjarig-schrijfcafé.
Het is alweer één lente jong.
Wat zal er “daar” nog allemaal opkomen,
nadat de éénjarigen “schrijfbloemen” zijn gerijpt?
Één schrijfbloem heb ik weten te vangen,
in de geheime tuin.
De eerste van de kalender.
Deze “Calendula” is voor onze juf.
Juf wil ze niet meer zijn.
Maar de puf,
in het schrijfcafé word je echt niet suf !!!
Telkens bewonderen we haar,
daarom deze gouden bloem.
Nog voor de dauw zijn intrede doet,
zal deze “zonnevolger” waken,
over, alle verhalen die in en om het schrijfcafé ontstaan.
In de bloementaal,
vertegenwoordigt deze goudsbloem
vriendschap en waardering.
En die is er.
Soms lopen we in het schrijfcafé een writer’s block op,
maar dan volstaat één oranje bloemblaadje,
uit dit flesje om ons te doen herstellen.
Ook kunnen wij de bloem opeten.
Dan zal kracht en positieve energie
van ons papier spatten.
Goudsbloemzaden zullen zich tussen onze schrijfvellen
nestelen,
om een nieuwe kiemplaats te bemachtigen,
vol interessante schrijfsels.
ZO KAN HET OOK
Trap er niet in !
Megalomane plannen als verdienmodel op monumentaal erfgoed,
aan de grens van postzegel “ecoaarde”.
Zo kan het ook!
In de hoop dat bezoekers gluren,
over het “Heras Hekwerk” naar de buren.
En dat zijn wij beheerders van tuin “ecoaarde”.
Met het “opkomende” meebewegen.
Met bomen die als paddenstoelen uit het gazon verrijzen.
Eer de natuurrijke tuin!
Veracht bedacht, niet te zacht,
wat met de grond gelijk gemaakt wordt.
De maakbare wereld van een verdienmodel is saai.
Te megalomaan.
Ik moet er vandaan.
Ik ga morgen niet kijken,
Terwijl ik best goed kan zeiken,
over de plannen van onze zogenaamde buren.
Ik blijf thuis met solastalgie.
Mijn vriendin is gelukkig voor ons op de ladder geklommen:
.
Kijk!
Zo kan het “oak”!

Solastalgie in Lente 2026

Alom kleine vliegjes.
Ze blijven plakken op mijn voorhoofd.
Kriebelen in mijn oren, dansen voor mijn ogen.
“Plankton” voor de boerenzwaluwen, maar die zwemmen niet.
Die vliegen,
van ver, vanuit Congo naar hier.
Ze zijn daar toch niet omgekomen, in rotoorlog?
t’ Zal nog even duren voor ze komen, blijven hopen.
t’ Is een rode lijst soort, dankzij pesticiden gebruik en grootschalige landbouw.
En waar woon ik.
Ik zie mezelf opgewekter, als boeren als zwaluwen over de inlaag-dijken zouden scheren om vliegen te vangen, i.p.v. door het dorp te razen op groot materieel.
Vorige week ben ik sinds jaren weer eens gestreeld door een koor rugstreeppadden.
Veldleeuweriken prevelen trouwens nog steeds voor de vrouwtjes op de Schotsman, en een beetje voor mij.
Sta ik Stil?
Nee! Hiervoor ga ik de deur uit.
Turend in het hemelruim,
om de zanger te ontcijferen
en en zijn zang fonetisch na te bootsen op “didgeridoo”
.
Bewijs dat ik het tierelieren heb gehoord.
Voor Troost als een eindeloze zee,
waarin een ieder is geborgen.
Jezus, waarom staat dit allemaal op de rode lijst!
Verder…dagdroom ik onder bomen.
Denk ik aan klussen, die nooit afkomen.
Zal ik van mijn lentedepressie bekomen.
T’gaat te snel, t’licht is te fel.
Ik kijk naar de gekste vormen,
en heel lang naar wormen.
Mijn aandacht is nu al weer naar de bladknoppen!
Voorjaarsmoeheid krijgt de overhand.
De leeftijd vecht niet meer.
Mijn aarde voelt teer.
Ik put uit, loom tuinieren, het einde.
Met handgereedschap, zonder hoorbare machines.
Daar beginnen, met het onderhoud, halveert het werk.
Ik sta weer op scherp.
Het beeld wordt beter.
Zie wat je gelooft.
Veranderende tuinen,
laten elke dag een stukje verhaal zien.
Akelige en aardige.
Antropomorfisme en animisme zijn me me ook niet vreemd.
De oudere leraren als bomen, sommigen terminaal.
Vaders met baarden van mos.
Fantasierijke vrouwen als sierlijke bloeiende struiken,
die de mist van het leed doen vergelen.
Het wilde gaat nooit weg.
De moeite om bekeken te worden..
De liefde voor brandnetels, paardebloemen, zevenblad en nu ook doorwaskervel
.
Verknipt in het leven.
Zaag in het hout.
Handen plukkend voor de keuken.
De tijd als ondergaande dans.
Blijft bestaan.
Als iemand ooit vraagt,’was de doorwaskervel lekker?’
Zeg ik,”Ja naast Roomse kervel, zeker.
Nu nog echte kervel en als ik het niet meer zie zitten,
neem ik Dolle kervel, uit de duinen onder de duindoorn
en dan ben ik ” Door De Was Kerel”.





