In de wolken

Voederhuis op trap

Vandaag ben ik niet de waterdrager maar degene die weer eens een stukje mag schrijven. Regenachtige dagen als deze lijken steeds zeldzamer.

De gierzwaluwen zijn hier nu een aantal weken.
Hun gierende geluid zorgt er bij mij voor dat ik wat meer naar de wolken mag staren. Veelal zie ik de gierzwaluwen met hun sikkelvormige vleugels hoog in de heldere hemel cirkelen.
Nu hoor ik ze ook in de bewolking, maar zie ze niet. Het begint harder te waaien en een groep staartmeesjes strijkt neer op ecoaarde.
Normaliter is hun geluid wat iel maar nu is het net of ze de toonhoogte van de gierzwaluwen hebben overgenomen tot vlakbij mijn oren.
Heerlijk, het maakt dingen in mijn wakker zoals ook
het stilstaan en het waarnemen buiten.
Ik ben nog maar net op ecoaarde met de fietskar beland, waarin de benzine motorheggenschaar zit, die bewaar ik in de winter thuis, altijd bang dat apparaten het niet doen door slechte opstal.
Ik zou het in mijn gehaaste tred haast weer mijn vooropgezette volgorde vergeten.
Ik liep alweer in mijn pluk rondje voor een etensmaal. citroenmelisse, brandnetel, warmoes, bieslook, peterselie, allemaal kleine hoeveelheden.
De details worden steeds groter de veranderingen steeds kleiner naarmate ik krimp.
Ik dwaal door” Ecoaarde “bij elke stap waan ik me in de wolken en cirkel ik standvast door gekronkelde paadjes een heel klein beetje zoals de gierzwaluwen in de lucht.
Ik raak in de wolken door de diversiteit die opdoemt tijdens het tuinieren op dit kleine stukje (eco)aarde.

Dit door de zon verbleekte gedicht hing vorig jaar bij het tuinhek, het verwoord wat ik beleef.

Hoe didgeridoo met stemgebruik.

Onderweg met de hond in de polder of langs de zeedijk beleef ik geluiden van mijn omgeving vaak intens en blijf ik stil staan om het in me op te nemen.
Heel vaak krijg ik gelijk een ingeving voor didgeridoo of gitaar.
In mijn hoofd hoor ik dan al de mogelijk passende muziek. En dan gauw weer terug naar het hier en nu, om nog intenser het omgevingsgeluid in me op te nemen.

Afgelopen week werden we verrast door een groep van ongeveer 25 eidereenden op Neeltje Jans met prachtige baltsgeluiden die ik ook als bijna menselijk zou beschrijven.
Jammer genoeg konden we de eidereenden met de telefooncamera niet zo vastleggen als met onze ogen.

Op deze site krijg je beter beeld als je eidereend intikt http://www.soortenbank.nl/index.php

Want mooi zijn ze, de mannetjes gooien hun kop naar achter en komen een heel stuk uit het water naar boven met het geluid wat ik een beetje heb bewerkt omdat dat anders ook maar moeizaam terug is te luisteren.

Opname Balts Eidereenden 2 mei op Neeltje Jans met Iphone

Onthouden voor een oefening met stemgebruik op de didgeridoo!

Vorige week op didgeridooles vertelde ik dat je ook een groene specht na kan doen op je didge i.p.v.een Kookebara uit Australië die je hier niet hoort of ziet. Doe eens voor zei de lerares, plots zat ik met een mond vol tanden, het kwam er niet uit, in mijn verbeelding was deze miereneter dicht bij me, maar hij bleef binnen en lachte me haast uit.
De toonhoogte daar zat ik mee, laat staan op de didge, als je daar niet op de toonhoogte van het instrument speelt dan komt het er vrij belabberd uit. Mijn innerlijke criticus vind dit en saboteert mijn plezier, wat nu?
Ik weet als volwassene dat ik mijn lat ook lager kan leggen en het als oefening kan zien. Wat een geluk!
Dit gegeven geeft ook meer plezier in het doen van veel dingen.

Weersgevoeligheid

Nog even naar de tuin.

Voor de natuur is het prima weertje zou ik denken, Voor mijn gemoedstoestand is het beter om nu naar buiten te gaan dan binnen te blijven. Bewegen, frisse lucht. Ik snap niet hoe mensen het in een gebouw met dooie lucht(airco) uithouden. Laatst moest ik voor re-integratie in zo een gebouw wezen.
Omdat ik een half uur langer moest wachten op de afspraak, viel me steeds meer op dat het een “sick building” was.
Wat een contrast met toevluchtsoord “ecoaarde”!
Hier is alles geur en kleur mits de drijfmest niet achter op het land wordt ingespoten.
Een week geleden liet ik me laven aan de geur van een kweepeerbloesem.

Iets wat je niet vaak op een jaar kan doen. Het had iets weg van de teunisbloem maar minder zuur.
Een geur die zich moeilijk laat omschrijven en daardoor geheimzinnig blijft.

Eén ding is constant in mijn leven als de zon doorbreekt wil ik naar buiten.
Ik kan me dan niet bedwingen, alles moet dan binnen snel klaar zijn om buiten te geraken.
Mijn opa reageerde als een barometer op het weer, hij wist zich er vaak geen raad mee denk ik nu. Daarin lijk ik wel op hem.

De oom van mijn vriendin sprak gisteren de woorden: de mens komt altijd op de tweede plaats.
Eerst komt de natuur zijn ding doen.
Er mee afrekenen als ik de klimaatwetenschappers geloof en dat doe ik met 2/3 van de Nederlandse bevolking.
Ik las op een petitie van plastic not so fantastic dat we wekelijks een creditkaart aan plastic naar binnen happen.
In een jaar, zou kunnen dacht ik, maar in een week.
Vandaag bij de kering was het ook weer raak en ik had geen handschoenen en een zak en dan doe ik het met blote handen en dan zit ik met die verkoudheid weer in mijn neus. Lekker fris.

O ja we waren bij die oom op zijn stekje in de moestuin toen hij dat zei. Van dat we op de tweede plek komen.
Bij hem kwamen duidelijk de groenten en de aardappelen eerst. De rest van de grond moet kaal blijven. De eeuwige strijd.
Op ecoaarde is dat iets anders, het is daar een verzameling aan bomen, struiken, rozen en planten met hier en daar een stukje kaalslag, om wat te telen. Gisteren ben ook ik begonnen met paardenbloemen uit te steken, dit ivm de kale bedden waar spaarzaam groenteteelt op plaats mag gaan vinden.

teeldbed 2017


Wat breken die penwortels van paardebloemen gauw af, bij droogte.
Ze groeien gewoon weer aan. Je zou daarom een hekel aan deze paardenzeiker krijgen. Het tegengif wat voor mij werkt is: Wat uitgestoken wortels te wassen vervolgens te drogen en te gebruiken als reiniger voor lever en gal. Zo blijf ik tenminste het nut van de plant inzien.
En wie is nu uiteindelijk die zeiker?
Intussen kun de paardenbloemenzaden naar hartelust weer neerstrijken op de kiemplekken die zijn ontstaan door mijn gewoel in de bodem.
Een vorm van arbeidstherapie die mijn weersgevoeligheid acceptabel maakt zal ik maar zeggen.
Vanavond wat molsla meenemen voor door de salade, om nog maar wat met niet geteelde groentes bezig te blijven.
Nu nog een fotootje van het schrikbarende zaadbommetje en ik ben bijna uitgepist.
Met daarbij de gedachte dat bij een zuchtje wind iets van dit verhaaltje wortel schiet.
Een client die ik vroeger graag bij me had zou hebben gezegd: Ga maar lekker groeien.