Trap er niet in ! Megalomane plannen als verdienmodel op monumentaal erfgoed, aan de grens van postzegel “ecoaarde”.
Zo kan het ook! In de hoop dat bezoekers gluren, over het “Heras Hekwerk” naar de buren. En dat zijn wij beheerders van tuin “ecoaarde”.
Met het “opkomende” meebewegen. Met bomen die als paddenstoelen uit het gazon verrijzen. Eer de natuurrijke tuin! Veracht bedacht, niet te zacht, wat met de grond gelijk gemaakt wordt.
De maakbare wereld van een verdienmodel is saai. Te megalomaan. Ik moet er vandaan. Ik ga morgen niet kijken, Terwijl ik best goed kan zeiken, over de plannen van onze zogenaamde buren. Ik blijf thuis met solastalgie.
Mijn vriendin is gelukkig voor ons op de ladder geklommen: . Kijk! Zo kan het “oak”!
Alom kleine vliegjes. Ze blijven plakken op mijn voorhoofd. Kriebelen in mijn oren, dansen voor mijn ogen. “Plankton” voor de boerenzwaluwen, maar die zwemmen niet. Die vliegen, van ver, vanuit Congo naar hier. Ze zijn daar toch niet omgekomen, in rotoorlog? t’ Zal nog even duren voor ze komen, blijven hopen. t’ Is een rode lijst soort, dankzij pesticiden gebruik en grootschalige landbouw. En waar woon ik.
Ik zie mezelf opgewekter, als boeren als zwaluwen over de inlaag-dijken zouden scheren om vliegen te vangen, i.p.v. door het dorp te razen op groot materieel. Vorige week ben ik sinds jaren weer eens gestreeld door een koor rugstreeppadden. Veldleeuweriken prevelen trouwens nog steeds voor de vrouwtjes op de Schotsman, en een beetje voor mij.
Sta ik Stil? Nee! Hiervoor ga ik de deur uit. Turend in het hemelruim, om de zanger te ontcijferen en en zijn zang fonetisch na te bootsen op “didgeridoo” . Bewijs dat ik het tierelieren heb gehoord. Voor Troost als een eindeloze zee, waarin een ieder is geborgen. Jezus, waarom staat dit allemaal op de rode lijst!
Verder…dagdroom ik onder bomen. Denk ik aan klussen, die nooit afkomen. Zal ik van mijn lentedepressie bekomen. T’gaat te snel, t’licht is te fel. Ik kijk naar de gekste vormen, en heel lang naar wormen. Mijn aandacht is nu al weer naar de bladknoppen!
Voorjaarsmoeheid krijgt de overhand. De leeftijd vecht niet meer. Mijn aarde voelt teer. Ik put uit, loom tuinieren, het einde. Met handgereedschap, zonder hoorbare machines. Daar beginnen, met het onderhoud, halveert het werk.
Ik sta weer op scherp. Het beeld wordt beter. Zie wat je gelooft.
Veranderende tuinen, laten elke dag een stukje verhaal zien. Akelige en aardige.
Antropomorfisme en animisme zijn me me ook niet vreemd. De oudere leraren als bomen, sommigen terminaal. Vaders met baarden van mos. Fantasierijke vrouwen als sierlijke bloeiende struiken, die de mist van het leed doen vergelen. Het wilde gaat nooit weg. De moeite om bekeken te worden.. De liefde voor brandnetels, paardebloemen, zevenblad en nu ook doorwaskervel . Verknipt in het leven. Zaag in het hout. Handen plukkend voor de keuken. De tijd als ondergaande dans. Blijft bestaan.
Als iemand ooit vraagt,’was de doorwaskervel lekker?’ Zeg ik,”Ja naast Roomse kervel, zeker. Nu nog echte kervel en als ik het niet meer zie zitten, neem ik Dolle kervel, uit de duinen onder de duindoorn en dan ben ik ” Door De Was Kerel”.
Van harte welkom op zaterdag 25 oktober om 20.00 in de Concertzaal in Middelburg met een concert van het kamerkoor Cantus Choralis.
Het koor wordt gevormd door achttien gedreven zangers en wordt geroemd om zijn fraaie samenklank.
Onder de titel “Terra Maris” ontstond er een prachtige samenwerking met vier in Zeeland werkzame componisten: Douwe Eisenga, Margaretha Christina de Jong, Christoph Buchwald en Broeder Dieleman.
Zij vullen een deel van het programma mee in.
Als contrast staan er twee “oude” Zeeuwse werken van Hellinck en Danckerts op het programma.
Tezamen vormt het programma een rijkgeschakeerd Zeeuws klanklandschap en vergezicht van vocale en instrumentale stemmen.
Nog 2 weekjes geduld en dan hoop ik iedereen te begroeten met een klankbad en mijn “aloude”
Hartegroet,
Aleida
Voor mij is “Terra Maris” het vroegere Zeeuws Biologisch Museum te Oostkapelle. Waar ik werkte (in goede aarde). Ik kom naar je klankbad, fijne zus!
n.a.v een opdr. het getrokken briefje: Jacob Roggeveen.
TIJD OM TE GAAN (Jacob Roggeveen)
Staand voor zijn spiegel, bekeek hij zijn deplorabele gezicht Zijn weelderige pruik had een opfrisbeurt nodig. Net als zijn borduursels in zijn brede kraag.
“Ik, Geen notaris meer. Verbannen naar Arnemuiden. Omdat ik de de leer van de Hattemisten verkondig! Een mens kan niet tegen Gods wil handelen Dus ook geen zondig wezen zijn. Ik twistziek en weerspannig?
Nee…die calvinisten hebben een boekenverbranding op hun geweten. Namelijk ,”Den Val van ’s werelts Af-God van de Zeeuwse predikant Pontiaan van Hattem. Wat ik heb uitgegeven!
Voor een Radicale verlichting, zijn die stomme “calvinistische schapenkoppen” te bang. De natuur die volgens Spinoza gelijk aan God staat, is voor hen, de “DUVEL” binnen laten.”
Jacob stond in vuur en vlam. De zeespiegel steeg. Tot hij een innerlijke stem hoorde ; Arend de stem van zijn vader.
Vijftig jaar terug in de tijd Aan vaders ziekbed. Nu hoorde hij het weer, ”Jongen, ik druk je op het hart, vind Terra australis, het Rijke Zuidland met al zijn schatten, doe het in Godsnaam!”
Gejaagd keek Jacob in de spiegel. Wat nu!
Vergankelijkheid.
“Tijd om te gaan”
Zijn gezicht was getekend. Afgetobd kroop hij de bedstee in. Misschien kon hij de slaap nog vatten Ervaring met de zee, zoals zijn vader, had hij niet. Maar de goudkoorts en het zeemansbloed wel.
Niks meer om te verliezen.
Bij de West-Indische-Compagnie(WIC) melde hij zich, met de mededeling: “Ik weet de route naar het Zuidland. Als jullie me drie schepen geven, dan neem ik het ZuidLand in bezit voor jullie.”
Het ging al een tijd slecht met de winsten van het WIC. Aandeelhouders vertrokken. Brazilie en Manhatan waren van tafel. Naar het Rijke Zuidland hadden de bestuurders wel oren. Het kwam als geroepen. Als zoete koek, ging de mededeling er bij de bestuurders in. Allemaal gingen ze over stag.
Zo kon Jacob zoals in het TV programma: “ik vertrek” zijn geluk beproeven. Op zoek naar het Australie van nu.
Driehonderdtwee jaar geleden. Nu. Jacob Roggeveens bravoure .
Het gebeurde gewoon. Vanuit Texel vertrokken drie schepen. De Arend, de Thienhoven en de Africaensche Galey.
Driemaal is scheepsrecht zal hij “symbolisch”hebben gedacht. De drie eenheid De vader, de zoon en de heilige geest.
Zo vergat hij de grote verantwoordelijkheid, voor de 244 mannen waarvan 60 soldaten, die hij meenam.
Jacob voer op de Arend. Eigenlijk was de reis al mislukt. Er was helemaal geen Zuidland. Wel enorme tegenslagen: Storm, scheurbuik, honger en dorst .
In 1722 op paasdag ontdekte hij Rapa Nui . Wat grote rots betekend. Een eiland bij Chili.
Zelf bleef hij aan boord. Zijn overgebleven bemanning peddelde in kano’s naar wal. Enorme beelden van vulkanisch gesteente doemden voor hun op. Maoi’s gestalten van wel 10 meter hoog. Bedoeld voor voorouder verering. Sommigen bezaten ogen. Zo konden ze de eilanders goed in de gaten houden.
Een aardparadijs zonder goud en edelstenen, schreef Roggeveen in zijn dagboek. Dat betekende verder varen.
Weken later sloeg de Africaensche Galey tegen een messcherp rif, bij het Eiland Takapoto. Een drama, want het schip had de voorraden aan boord, van de twee andere schepen. Bijna alles ging verloren.
Niet voor niets doopte Jacob het eiland tot, “schadelyk Eyland”. Maar eigenlijk was hij dat zelf.
In een bepaald opzicht was Takapoto juist hun redding. Naast dat het eiland groen was, met water en drinken, waren er vrouwen en dat beviel de mannen wel.
Meneertje Roggeveen was witheet geworden, toen hij hoorde dat er vijf vrouwen waren weggelopen. Korporaal Behrens moest de vijf van hem terugbrengen. Toen de vijf met geweren op hem begonnen te schieten, ging hij er als een wezel van door.
Inmiddels was wel duidelijk dat ze het Rijke Zuidland niet gingen bereiken. Na nog wat eilanden te hebben aangedaan, stond 1 ding vast. Terug naar Batavia Ofwel Jakarta. In Indonesië.
De helft van het scheepsvolk was bezweken, aan scheurbuik. En op beide schepen dreigde muiterij.
In Batavia, één dag voor dierendag, op 3 oktober 1722, werden beide schepen in beslag genomen. Roggeveen werd samen met de overgebleven bemanning gearresteerd. Hij had toestemming moeten vragen, om in de wateren van de VOC te varen. Jacob Roggeveen had dat niet gedaan.
(Alle ellende van de mensen heeft maar één oorzaak, namelijk dat zij niet in staat zijn rustig in een kamer te blijven. Een spreuk van Blaise Pascal (1623-1662))
Zonder een cent op zak werd Roggeveen, met de zeelieden in 1723 naar huis gestuurd.
Op 31. januari 1729 stierf Jacob Roggeveen, enkele uren voor dat hij 70 werd. Best oud voor die tijd.
Waratje, Hij stierf in een huis aan de Blauwedijk te Middelburg.