Afbeeldingen: Door Petra Kwekkeboom Bijschrift: ecoaarde.nl
ZAAIENGROEIENBLOEIENRIJPENOOGSTENBEWAREN
ZAAIEN: Misschien moeten wij, net als dieren, de zaden in onze “vacht” laten klitten en ons op een geschikte kiemplaats laten uitkammen.
GROEIEN: De aarde heeft mij altijd goed verzorgd! Zal de wereld dit ook doen? De juiste omstandigheden, om te groeien, voldoende licht met water. Niet te veel stikstof! Als ik het vertrouw, keer ik me om, werp ik mijn zaadlobben af en toon ik mijn komaf.
BLOEIEN: Bloemen in schermen. Zweefvliegers opgelet! Onze bloei zal jullie vangen. Riekend met bedwelmende ondertoon.
Bloemen met buizen. Brommend verder, ergens in de bermen, zal de hommel tanken.
RIJPEN: Mijn bolsters rijpen in het mooiste groen. Potdicht met stekels voor vraat beschermd. Tot je verhout en ieder kind blijft verrassen.
OOGSTEN: Wij zijn net gevallen. en nu al geoogst. Hier worden onze ogen gedraaid en gekeerd. Tot we goed liggen in ons stille leven.
BEWAREN: Mijn driehoekstas is een spettervrucht. Lekker pittig zeggen zoogdieren, waaronder de mens. Bewaar mijn herderstassen in een noodpakket. Op is op!
Voor velen is het lelietje-van-dalen een lievelingsplant. Eerder deze maand stuitte ik op een veld vol meiklokjes. Omdat het de lievelingsplant van mijn zus is, zoek ik deze maand naar wetenswaardigheden over Convallaria majalis. Dat zijn er nogal wat, wat zal ik er over schrijven? Mei loopt al weer op zijn eind.
Eindelijk wat regen.
Convallaria verwijst naar dal en majalis naar de bloeiperiode. Toen ik bijna in dit bloemenbed (zie foto ) trapte, kwamen er gedachten als, “stop maar met tuinieren, hier kan niks tegenop! Stemmetje luister, juist door het tuinieren heb ik hier oog voor, geloof dat!”
Met het Christelijke geloof ben ik opgegroeid. Gek dat ik me niet herinner dat Jezus in de bijbel de “lelie van dale” wordt genoemd. Ook van de andere 14 keren dat deze plant in de bijbel voorkomt, herinner ik me niets. Als ik het mijn zus vraag, citeert ze hierover vast een tekst uit de bijbel. Is het daarom haar lievelingsplant? Ik kan de moed niet meer opbrengen om in de bijbel te lezen. Ik kijk naar buiten en denk, “kom ik door de lievelingsplant van mijn zus toch weer in aanraking met die bijbel? En dat op hemelvaartsdag!”
In April, tijdens het plukken van blaadjes daslook spookt er een gedachte, “toch geen lelietje-van-dalen hè.” De verwisseling in bladkenmerken zouden salades en pesto’s voorgoed verpesten. Of erger, hartritmestoornissen veroorzaken. Daarom kneus ik altijd een blaadje om uiengeur te kunnen bespeuren. Ik weet dan ook gelijk hoe het met mijn neus is gesteld. Voor het eerst, sinds corona geniet ik weer volop van geurende planten. “Muguet de mai” de Franse naam voor de lelie, ruikt naar meer. Ik lees in deze link: dat de etherische olie niet uit de bloemen is te halen. Enkel chemisch. https://www.plantennamen.info/wetenschappelijke-namen/convallaria-majalis-lelietje-van-dalen Ik ben dankbaar dat ik nog door mijn knieën kan, voor de “echte” geur. Een geur proberen te herinneren roept weemoed op. Waarschijnlijk omdat ik er niet kan geraken. Bij de accacia die ook heeft gebloeit, lijkt het te lukken, maar…
Een geur roept herinneringen op als in éénrichtingsverkeer.
Grappig dit bed van: Absolute zuiverheid, prilheid, oprechtheid, discretie groeide niet in een dal, maar op een hooggelegen duintje. Zijn vroegere naam was “Lilium convallum.” Letterlijk vertaald “lelie der dalen.” Ook “blaat van geluk” genoemd en dan associeer ik: Probaat middel tijdens een gifgasoorlog, eerste wereldoorlog.
Voor de tuinders. Het “meiklokje” heeft een wortelstok. Een deel van de wortel kan, in de juiste bodemgesteldheid, snel uitgroeien. Deze vruchtbare kenmerken worden ook symbolisch toegeschreven aan de plant.
Ik visaliseer: Volgend jaar, op 1 mei, hoor ik meiklokjes tinkelen. Dan durf ik met de takjes mijn geliefden te bezoeken. Zo niet, dan blijf ik zitten, om één van de weinige bezoekers te verwelkomen, zoals hieronder.
Omdat het mijn bedoeling was om een “groen uitziend houten wiel” met artiesteningangen voor “solo bijen” te maken? Die zou ik dan op hebben gehangen op mijn werkplek bij de Cycle Hub. Omdat ik me er niet meer thuis voelde, heb ik dat niet gedaan. Ik ben weggevlogen.
Mijn ideaal om de fietser het groen in te trekken, blijft overeind.
Zeker is, dat er 18 jaar geleden iets is aangewakkerd, door een naaste collega, die mij zijn observaties over insecten deelde. Hij had een aanstekelijke manier van observeren. En laat zich omschrijven als: Het “hele verhaal” achter de levenswijze van soorten insecten.
Ik probeerde wat te schrijven bij ons insectenmuurtje. Dit wilde niet vlotten, zoals gewoonlijk. Het was eind maart ongeveer 10 graden celsius. Uit de wind, de tuin nog zo goed als kaal.
Er vlogen opzienbarende bijtjes heen en weer. Steeds voor onze “Air Bee en Bee”.
Bijtjes met een steenrood achterlijf kwamen aangevlogen. “Metselbij, kwam boven ploppen, maar klopt dat en wat gebeurd hier nu precies? Eerst observeren, dan pas opzoeken wie de bij is”, beloofde ik mezelf, voor de kick. Aan de hand van de foto’s, buitentemperatuur kwam ik uit bij de “gehoornde metselbij.” Geschoten foto’s: boven is een vrouwtje, onder is een mannetje.
Ik heb lang getuurd. Helaas geen dames uit zien checken. Patrouillerende mannetjes rond de nestingangen zag ik overduidelijk. Ik kan niet in de gangen van de nesten kijken. Die bestaan uit cellen met dichtgemetselde muurtjes, met in de cel, voer voor een larve. Nu moet ik raden, welk muurtje er op instorten staat. En waar er een man of vrouw de kamergang uitvliegt. Dit kan dus verder op de gang zijn,(meerdere muurtjes). Dus niet enkel het muurtje bij de ingang, die ik goed kan zien als ik voor een “kweekblok” sta. Raadselachtig, had ik ook maar zeskantoogjes met hoorntjes.
In de voorste cellen van de nestgangen zitten overwegend mannetjes, En achterin de vrouwtjes. De vrouwtjes hebben een buikschuier waar ze stuifmeel mee kunnen vervoeren. De mannetjes hebben een kenmerkende witte snor, waarvan de functie nog niet bekend is. “Misschien gaat het wel om wie de mooiste snor heeft. Of stoft het mannetje de cementsluier van de muur?”
“Echt, de vrouwtjes zijn net steenhommeltjes en een stuk groter dan de mannetjes.”
Conclusie: Zo vroeg in het jaar zijn er dus al solitaire bijen actief die ons kleinfruit bestuiven. Zaak dus om kweekblokken te blijven produceren voor deze fruitgevers. Zeker omdat het met de bijenkolonies niet best gaat.
Nu nog op zoek naar bamboestokken, rond 10cm, 10 cm lang. Zo te zien hebben de gehoornde metselbijen die het liefst.
Inmiddels ben ik van mijn “Air” af en heb ik toch iets geschreven.
Sluimerende dagen verglijden ongemerkt. Teveel in huis, met binnen zitten. De honden moeten nog naar buiten. Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.
In de mist worden suikerbieten uitgereden. Tot diep in de nacht, razen boeren door het dorp met blubber-ritten. Karren worden prompt gelost, zware roffels tot in ons bed. Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.
Vuurwerk rond oud en nieuw geeft alleen maar trammelant. Laten we gewoon vroeg gaan pitten. In oorlogsland zijn enkel dode ogen dicht. Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.
Tegen het nieuwe jaar opzien, als een berg. Acceptatie is een eerste stap naar het licht. Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.
Voetnoot: a.d.h.v. “Rijmwoordenboek”, Jaap Bakker”, is deze balladette tot stand gekomen. De commerciële winterschilder ziet hier misschien wel brood in?
Vorig jaar speelde ik didgeridoo in de gistpoort te Middelburg. De toegangspoort tot het “circus Nacht van de Nacht”, wat het inmiddels is geworden. Dit jaar ging ik er vanuit dat er een andere plek zou worden toegewezen, om klanken te scheppen.
Ik had totaal geen rekening gehouden met het feit; dat weer de gistpoort zou worden toegewezen. Mijn collega waar ik vorig jaar mee samen speelde, vond de gistpoort wel oké. Ik niet, omdat ik het niet de juiste “setting” vind. Ik vervoer de klankbezoeker liever naar de mysterie en het onbekende.
Als ouder wordende is het niet moeilijk om overal iets van te vinden, zoals: Het is te vluchtig allemaal, fungeren als aankleding zonder diepte, nee bedankt!
Ik had het geluk dat Frans morgenavond wel in de Gistpoort wil spelen. Samen met collega Inge
Maar nu vraagt Frans of ik kom spelen. Terwijl ik bovenstaande toch duidelijk heb proberen te maken. Maar goed ik ken Frans al langer.
Ik mailde hem, dat ik er wel ergens doorheen zal proberen te blazen. Omdat ik mijn “slimme” telefoon heb laten liggen in Middelburg, heb ik nu wel een opdracht.
Ik herinner me het “oude” plan, om samen met Frans verder te gaan als GO-DREAMING. Ook ergens vermeld op deze site.
Om de “nacht van de nacht” te kleuren, hier een gedichtje:
Lantaarns vervuilen uit zelfzorg de nacht
Haast onzichtbaar Spelen de zwarte toetsen met de witten
Neuriënde klanken Omringen elkaar
In onverstaanbare verbinding zenden oren elkaar betovering
‘Waar heeft u voor geboekt? O nee, toch niet de Roompot. Dat is één pot nat! Meer dan achterstallig is hun onderhoud. Noord Beveland wordt verder “verroompottiseerd”, wist u dat? Als u wilt, beluister dan deze zienswijze, die ons eiland wil behoeden!’
Er hing een zware stilte rond het nestje van de winterkoninkjes. Eén keer s’avonds laat, toen hij het deurtje van doghouseblues opende, bewoog er iets. Heel eventjes maar. Het was weken geleden. Zijn hoop keerde kort terug. Daarna, niks. Zorgelijk keek hij naar het kantelende nestwerk rond de alsem.
Dan maar een ander tuinverhaal, om aan het schrijven te geraken. Aan rozemarijnkevertjes dacht hij. Het exotische kevertje had hij zien zitten op een saliestruik. Daar waar vorig jaar een rozemarijnstruik had gestaan. Helemaal vol met “bling bling kevertjes”. De” Rosmarinus” was eraan bezweken.
Weet je, ik ga die kevertjes verhuizen naar ecoaarde, had hij gezegd Daar staan immers nog vitale “roosjes van de zee”.
Maar na wat onderzoek hoefde dit toch niet. De “metalliek roodgroene banen kevertjes” foerageren ook op andere kruiden. Waaronder Salie, maar ook Lavendel. Zijn intuïtie om Salie te planten was dus prima geweest.
Zwemmen moest hem helpen bij het schrijven. Eventjes erin en eruit. Normaliter was zijn eerste duik op koninginnedag.
De explosieve lente verlamde hem. Hij verbaasde zich nauwelijks meer. Alles leek uitgedoofd. Nu liep hij vrienden tegen het lijf. En mensen belden hem op.
Daarna viel het verhaal, dat in doghouseblues hing. Zijn vriendin kwam laat thuis, voor het avondeten. Ze kwam van “ecoaarde”. Wat een drama: Vogeltjes op de vloer, in Doghouseblues.
Ik kan er niet bij met mijn hoofd. Ik volg je niet. Ik zit met mijn hoofd bij vanmorgen. Bij de lange luide snelle maat van metaalachtige ochtendzang. Winterkoninkje, winterkoning riep hij in zichzelf.
‘Is het een rat?’, vroeg ze. ‘Nee het nest was al aan het kantelen’, zei hij paniekerig. Wat heeft ze allemaal precies gezien? Nu wilde hij het allemaal weten. Wat zei ze nu? Vogeltjes in het nest terug gezet. Nest vast proberen te maken. Ooh…help! ‘Hoeveel volgeltjes?’,Vroeg hij ‘Twee.’ ‘Met je handen?’ ‘Ja, ik kreeg ze amper opgepakt en ze zijn natuurlijk gebutst en hebben nekletsel en…’
Het was hem wel duidelijk. Dit verhaal ”lijdt” een eigen leven. Zijn hoop was overgegaan in angst. En troostte zich met: Daar “waar” het gebeurd, begint het verhaal.
Troglodytes troglodytes van het hoge vliegen. Met swing en melancholie. Als u de “bling bling kevertjes had gezien. Dan zou u samen met luid metaal al de rovers doen sidderen!
Van de volgende “bladzijde” wilde hij niks weten. Dus ging hij slapen.
Het feit dat de winterkoninkjes wel 6 nesten per jaar kunnen bouwen, zelfs in schedels, troostte hem. Met de gevederde vrienden en de “bling bling kevertjes”ging hij in rood doorlopen banen rond ecoaarde.