Het prachtklokje heb ik vorig jaar opgekweekt,
om de Grote Klokjesbij te verwelkomen.
Vorig jaar zag ik hoe dit kleine bijtje (met grote naam) de ingang van zijn nestkamer afsloot, met grond en kiezeltjes.
Zo besloot ik meer te doen voor dit “prachtschepseltje”.



Er vliegen nu al 4 weken, kleine wilde bijtjes,
rondom onze prachtige paarse klokjestoren.
Amper een centimeter groot, zijn ze.
Laat mij maar planten bestuderen,
die staan tenminste stil en vliegen niet weg, roeptoeterde, ik destijds.
Die vlieger gaat niet op.
Bij een waardplant horen dieren en andersom.
Niets bestaat zomaar!
Planten die niet bezocht of aangevreten worden zijn saai!
Als elk insect maar één waardplant had gehad,
om o.a. stuifmeel en nectar te halen,
dan had ik het stukken gemakkelijker gehad,
in het vaststellen van de soort.
Plantje kweken, stoeltje erbij en wachten…zoiets als vissen.
Helaas…best lastig hoor,
kleine wilde bijtjes met het blote oog van elkaar onderscheiden.
Scherp tekent de insectenmuur van Terra Maris te Oostkapelle zich voor me af.
Tientallen zomers geleden.
In de middagpauze’s stond ik daar bij de heemtuinbeheerder, mijn collega.
Ik was geïnteresseerd in zijn fascinatie voor wilde bijen.
Wispelturig was ik, net als die bijtjes.
Ik probeerde het allemaal te volgen.
Knetterheet, voor die muur,
en maar spieden met priemende oogjes.
Mijn eerste kennismaking met solitaire bijen waren;
snel patrouillerende bijtjes (mannetjes), die in wolkjes voor de muur dwarrelden.
Met het oog niet scherp te stellen!
Veel tijd besteedde ik daarom niet aan deze “wolkendans”.
Studieboeken over solitaire bijen, schoof ik op de lange baan.
Een snelle duik in zee, was meer aan mij besteed.
Dat was mijn zomerse topsport in de pauzes.
Wat voor kleins kwam er nu weer voorbij?
Telkens maar een tipje van de sluier.
Geheimzinnige personages tot op de dag van vandaag.
Nog wankel op de voeten stap ik naar buiten.
Geen ochtendhumeur te bespeuren.
Hoef enkel maar naar onze “Air Bee&Bee” in de achtertuin en het is goed.
Ik blijf maar op “achtertuin-safari” gaan.
Beleving, emotie, belangrijke zaken in een mensenleven.
Ton Lemaire schrijft er ook over,
op zijn steeds ouder wordende dagen.
Weer een “nieuwe gast” die de aandacht trekt.
Wat een merkwaardige- outfit en gedrag.
Zou best wel eens een gouden kogelbij kunnen zijn.
Blijf even stil zitten “Star”!

En wat dacht je van deze indringer?
De bladluizendoder met zijn aparte “kopje”.

Talrijke foto’s van Grote Klokjesbijen vullen mijn smartphone.









Mannetjes bijen die in “stilpaarse” klokken de nacht hebben doorgebracht,
vaak hangend aan een bloemstijl.
Het lijkt wel ochtendmeditatie.
Geen sleur in de dagen,
niet zo maar bijtjes!
Spinnenrag deert ze niet.
Hot? het “manosfeertje” in de mensenwereld.
Als je de weergaloze beharingen van de Grote Klokjesbijen ziet, echt niet!
De vrouwtjes met hun buikschuiers,
waarin ze stuifmeel verzamelen,
krijg ik moeilijk te zien,
Gisteren wel ééntje, heel duidelijk ,
met een vaalwitte gelige buikschuier.
En daarna een vrouwtje,
vol met wit stuifmeel,
uit de klokken.
die het nest indook,
en er achterwaarts weer uitkroop
En de bonus, een naar beneden tuimelende paring, van 2 seconden.






Poses en bijenbewegingen.
In mijn hyperfocus,
lijk ik te ontwaren,
gedrag van stuifmeel-verzameling, in de buikschuier.
Daarin zit volgorde, te lezen op:
https://edepot.wur.nl/142312
Plukkend, tussen duim en wijsvinger,
bijtjes uit de lucht.
Zijn hand draaide,
het beestje,
op de rug,
in zijn palm bekeken.
Weer vrij,
vliegend, het luchtruim in.
Tovenarij van dichtbij,
Bijzonder, die ex-collega.
Zelf heb ik me er nooit aan gewaagd
en ga het ook niet doen,
mijn handen voelen te lomp voor zoiets.
Ik tracht het met het blote oog,
maar geef het nu, na vele weken voor gezien.
Ik doe mezelf een belofte,
door nog een keer terug te gaan,
naar het Museum,
waar de liefde voor de kleinen der aarde is ontstaan.
Als het zo doorgaat span ik nog een net over de achtertuin.
Het foerageergebied van de Grote Klokjesbij is 100 meter,
een kleine biotoop, maar groter dan onze achtertuin!
Ik begin me te beseffen,
dat die beestjes best ergens anders,
kunnen zijn gaan shoppen,
in andere klokjes.
of ze gaan naar een beter hotel,
vlak in de buurt?
Met betere, oudere kevergangen,
als nest.
En toch helpt dit kleine zorgen.
Zal ik nog gaas plaatsen voor de Air Bee&Bee,
om predatie door vogels tegen te gaan?
Voor één larve in een celkamertje te plaatsen,
moet de Grote Klokjesbij immers 60 klokjes bezoeken.

Het ruigklokje bloeit nu ook, toch zie ik nog “niemand”.
In gedachten verzink ik naar de tronkenbij en ranonkelbij,
en sta ik stil bij de koekoeksbij (tubebij),
die ik nog een keer in mijn leven wil zien.
Ik zie er naar uit.
Wat zag ik nu weer voorbij vliegen?
“Jeetje” het is en blijft hier maar safari in de achtertuin.
Hebbes…ja in de Tijdgeest van de krant Trouw,
bij Lena Bril, daar staat het,
onder de titel:
Wat kan ik het best doen met een maand “vrije” tijd?
Soms kijk ik gewoon een uur naar bijen,
schrijft ze als adviseur aan lezers.
Roerend mee eens,
tijd om eens te “ontzelven”…
Iets zien wat groter is dan je eigen verhaal.
Anders dan met het blote oog.
Met indringers als goudwespen, sluipwespen…


Nieuwe personages als de kogelbij, ranonkelbij en de tronkenbij,
heet ik welkom.
De landingsbaan is vrij,
voor een brandend verhaal,
rondgaande bij een tronk met oeroude kevergangen,
zonder fikkies.

