Heden Overheerlijke Soep uit second hand plastic

jaren geleden opgehangen op Schouwen in de buurt van de Herenkeet

Voorjaarsschoonmaak “Schone Schelde”.
Vandaag de Oosterschelde bekijken op aangekoekte plastic soep.
Er was gekozen voor de Sophia haven om daar te gaan rapen.

Om geen zwartkijker te blijven en de blik te richten op het nieuwe voorjaar waren daar gelukkig ook de kleine hoefbladen met hun zonnige gele bloemen.
Ook o.a de rogge eieren die blijkbaar een hype zijn in het vinden ervan.

Het gezelschap was zeer divers van plastic jutters.
De wethouder was erbij hij scheen rogge eieren voor afval te hebben aangezien.
Dus die moesten weer uit de zak voor lesmateriaal. Mooi voorbeeld van educatie in de praktijk.

Als ik plastic soep jut, moet ik altijd denken aan de cultuur van de Aboriginals.
Zij kennen in hun cultuur geen bezit dus ook geen afval wij kijken raar op als we zien dat daar aan de andere kant van de wereld onze westerse rotzooi ligt. Vanmorgen liep ik met mijn verse hesje “wij houden Zeeland schoon”.
Als zwartkijker zou je denken, koop ik zo mijn schuld af door wat plastic weg te knijpen? en in een plastic zak te gooien? ziet er mooi uit aan de buitenkant! Van binnen zijn we nog niet veel veranderd ! In onze maag is ook plastic te vinden.
Misschien te klein voor de knijper uit het kinderspel van dokter Bibber.
Wie weet kan een dominee in een donderpreek iets in de zin verkondigen van:

Tot plastic zult gij wederkeren, ipv stof.
Net zoals het plastic steeds weer in de soep zit, komt ook steeds de gedachte op, dat ik het niet meer mee zal maken wanneer alle spullen snel en goed afbreekbaar zijn. Of mogelijk zelfs verrijkend mocht dat voor moeder “Eco aarde”nodig zijn.
Ik ben typisch westers en neem een stuk kelp wat is losgerukt van een basalt steen mee naar huis voor de Misosoep.
Ook niet van hier, wel afkomstig uit Japan en toch verantwoord met al die japanse oesters om me heen.
Of ik gebruik het voor de mineralenhuishouding op de compost , typisch mij, ik schijn er altijd wat mee te gaan kunnen.
Zal ik van mijn Opa de “mosselman”ge erft hebben.
Verder denkende, een aboriginal in de Outback van Australië zou de soep ter plekke maken met het zogenaamde afval en alles op zijn plek laten vallen. Zo vanzelfsprekend, zo eenvoudig.
Zover zijn wij nog niet terug in de oudheid waarnaar wij terug verlangen.


Nog even naar de tuin toe

Nog even naar de tuin voordat het donker wordt.
Dit keer geen zin in het zware werk.
Al maanden schouder problemen, inmiddels ben ik een linkse snoeier en zager aan het worden.
Eens kijken bij de rambler rozen, die mogen weer langs de aloude steiger buizen van mijn voorganger geleid worden. Wat oude verhoute takken kunnen nog
weg aan de basis.


De volgende keer maar weer verder


Fluiten of babbelen hier nu ook barmsijsjes waar mijn vriendin het over heeft of zijn ze alleen bij ons thuis.
Ik hoor wel wat gekwetter maar of dat nou de barmsijsjes zijn.
Ik denk dan zouden die barmhartiger zijn als koolmeesjes want die schijnen hun concurrent de vliegenvanger dood te maken.
Zouden de koolmezen daarom zo goed een fietspompen geluid na kunnen doen?

Tja, op een tuin kan er van alles in je opkomen.
Ik moet naar de bomen en struiken om te kijken wat er ontwaakt het leven is al boven.
Het lastige van zo’n grote weelderige tuin is om een soort overzicht te houden in onderhoud.
Veelal begin ik ergens in het ruimtelijke schilderij met iets wat de aandachtspunt trekt.
Dat is elke dag iets anders.
Vaak is het onderhoud een gepriegel en hier en daar een klap of schop.
Hier en daar met rust laten, meestal werk ik met handgereedschap en blijft de ingreep door de fysieke inspanning beperkt.
Nu zeker, nu ik mijn “schouderdak” wil ontzien.
Een tijd zetten voor het werken in deze tuin is wel zo fijn, “ecoaarde” is namelijk vele malen groter dan de tuinman. Energie overhouden voor andere dingen is iets wat steeds vaker om de hoek komt kijken.
Wat kan ik laten gaan waar zal ik op ingrijpen een hele kunst.
Wel iets waar ik mij het beste bij voel.
Het is als een draaiende dans met armen en benen, sierlijk dan weer harkerig of stekelig, net als het leven in de tuin.
Even in de schuilhut om te warmen en de vogeltjes dichterbij te horen komen.
Daarna naar huis achter het fornuis, rode rijst met nog meer rood, paprika, bietjes weer een nieuwe dans op bord.