De fietsbladen klap ik dicht, ik heb er genoeg van.
Covid-19 zet een streep door mijn toekomstmuziek.
Het bedrijf Accell levert door dit virus minder fietsonderdelen waardoor mijn toekomstige baas het risico van een baangarantie niet meer met me aan wil gaan. Dit hoorde ik eergisteren, vanmorgen bij het opstaan voelde ik deze domper er flink inhakken terwijl ik er gisteren luchtig over was.
Tijd om snel een luchtdouche te nemen, als tegengif.
Ik klom op de fiets met het doel wat rond te gaan stappen, samen met vrijwilligers en begeleider die de onderhoudssnoei verzorgen voor hoogstambomen.
De routinematigheid die ik heb behouden door het snoeiwerk bij SLZ bood me wat houvast in mijn teleurstelling.
Ik heb verder wat proberen te dollen met de andere vrijwilligers om weer wat verbinding te ervaren in de dag en dat ging aardig met de jongste.
Het werd toch nog leuk, door de tip van een vrijwilligster die van achteren uit de boomgaard naar me toe kwam om me te vertellen dat ik eens bij de drinkpit moest gaan kijken omdat daar iets bijzonders stond.
Toen iedereen naar de schuur ging voor de lunch ben ik in mijn uppie gaan speuren richting de drinkput.

De naakte Sleedoorn vol bloemen streelde mijn ontelbare weggedoken tranen, ik was er zo onder gaan liggen om het te laten gebeuren.
Maar mijn geconditioneerde “ik” liet me rechtop staan met de opdracht zoek het vosje, het het kleine bijtje met de kleur waar ik blij van word. Helaas zo werkt het niet, geen toekomstgezoem. Weer geland met de voeten ter aarde deed ik een paar stappen om vervolgens gehurkt naar de de hoefbladen te speuren. Jeetje wat mooi zo’n boeket witte bloemen naast de nog kleine bladeren.

Nee ook nog nooit eerder gezien geloof ik. Wat overeenkomt is dat die hoefbladen ook naakt bloeien, eerst de bloemen dan de groei van bladeren. Op de fietstocht huiswaarts bekroop me telkens de gedachte welk mens ben ik?
Iemand die eerst bloeit en dan groeit of andersom? Deze gedachte bleef tijdens het tegenwind fietsen doordrammen.
In de lunchpauze probeerde ik er met de vrijwilligster uit te komen of het nu het witte hoefblad was of het Japanse, zij dacht al gauw het Japanse maar ik bleef nog maar bij de witte omdat ik niet vermoede dat hier een tuincentrum aan te pas was gekomen. De man van het spulletje zei dat SLZ de boel destijds had aangeplant, maar vlak voor het wegfietsen hoorden we van de vrouw des huizes dat ze het hoefblad in een tuincentrum had gekocht en nu thuis gekomen besef ik me dat ze had gezegd dat de bloemen op een Zeeuwse knoop leken, dat kan ik nu wel inkomen, zeker na wat foto’s te hebben bezocht op internet. Het zit hem in de schutbladeren rond de bloemen van deze composiet die zijn bij de Japanse best lang, dus daar houden we het dan maar op. Ook blijkt de plant tweehuizig te zijn en onder het bijgoed van de Stinzenplanten te horen. De smaak van het Kleine Hoefblad ken ik van mijn anti hoestthee, het smaakt een beetje als chrysant die als smaak in de Japanse keuken voorkomt.

Misschien in de huidige tijd preventief voor Covid-19, zeker als je daarbij denkt aan de vertaling van de Latijnse naam wat neerkomt op hoestblad.
De luchtdouche op de fiets heeft ervoor gezorgd dat ik op de terugweg in elk geval weer een composieten-familiegevoel heb gekregen voor hoefbladen.
Drie portretten: De Japanse die ik graag inburger, het kleine hoefblad, het grote hoefblad.

Nu ga ik liggen in de hoop dat de hommel koninginnen er morgen, ja na 13 maart van opkikkeren en mij zoemend op laten staan.