Ik ben me terdege bewust dat het gewaagd is om planten zo te betitelen.
Ik ben zover tijdens mijn graafwerk gegaan dat ik de Viburnum rhytidophyllum (een van de sneeuwballen)
een grafplant ben gaan noemen. De sneeuwballen in het voorjaar zijn bij deze soort niet zo spectaculair en de bessen die daarna van rood naar zwart kleuren, ook niet echt. Ik denk wel dat het een van mijn laatste grote slachtingen van een wortelgestel betreft.
Nu de wortel eruit is begin ik toch te twijfelen of ik deze viburnum ooit bewust heb gefotografeerd? Nergens te vinden enkel bij een mooi nachtje slapen in het groen.

Gelukkig zijn er mooiere viburnums en lekker geurende viburnums en in het landschap Gelderse rozen die ik probeer te waarderen. Eigenlijk vind ik de Viburnum rhitodophyllum enkel mooi als laanbeplanting en dan denk ik ver terug aan Vlissingen waar mijn moeder ligt.
Daar heb ik dan toch een fijne herinnering aan een duister groen gordijn met die viltige bladeren van deze plant die aan de onderzijde juist licht van kleur zijn.
Ik moet oppassen dat ik deze struik (kleine boom) niet ga bewonderen want anders sta ik onderstaande wortel straks weer te vertroetelen.

Nee er moest maar eens wat lekkers komen te staan, een pruim voor later, zoiets.
En omdat ik de neiging heb om mijn slachtwerk te verantwoorden zoek ik toch altijd wat na, soms wat ver.
De takken van deze struik werden in de prehistorie gebruikt als pijlschacht, ben ik even blij dat ik eerst die takken eraf heb geknipt. Op ecoaarde staan nog 3 jongere exemplaren van deze viburnum dus daar kan ik troost zoeken maar beter kan ik weer eens naar Vlissingen.