Plant der geliefden

Voor velen is het lelietje-van-dalen een lievelingsplant.
Eerder deze maand stuitte ik op een veld vol meiklokjes.
Omdat het de lievelingsplant van mijn zus is,
zoek ik deze maand naar wetenswaardigheden over Convallaria majalis.
Dat zijn er nogal wat, wat zal ik er over schrijven?
Mei loopt al weer op zijn eind.


Eindelijk wat regen.

Convallaria verwijst naar dal en majalis naar de bloeiperiode.
Toen ik bijna in dit bloemenbed (zie foto ) trapte, kwamen er gedachten als,
“stop maar met tuinieren, hier kan niks tegenop! Stemmetje luister, juist door het tuinieren heb ik hier oog voor, geloof dat!”

Met het Christelijke geloof ben ik opgegroeid.
Gek dat ik me niet herinner dat Jezus in de bijbel de “lelie van dale” wordt genoemd.
Ook van de andere 14 keren dat deze plant in de bijbel voorkomt, herinner ik me niets.
Als ik het mijn zus vraag, citeert ze hierover vast een tekst uit de bijbel.
Is het daarom haar lievelingsplant?
Ik kan de moed niet meer opbrengen om in de bijbel te lezen.
Ik kijk naar buiten en denk,
“kom ik door de lievelingsplant van mijn zus toch weer in aanraking met die bijbel?
En dat op hemelvaartsdag!”


In April, tijdens het plukken van blaadjes daslook spookt er een gedachte,
“toch geen lelietje-van-dalen hè.”
De verwisseling in bladkenmerken zouden salades en pesto’s voorgoed verpesten.
Of erger, hartritmestoornissen veroorzaken.
Daarom kneus ik altijd een blaadje om uiengeur te kunnen bespeuren.
Ik weet dan ook gelijk hoe het met mijn neus is gesteld.
Voor het eerst, sinds corona geniet ik weer volop van geurende planten.
“Muguet de mai” de Franse naam voor de lelie, ruikt naar meer.
Ik lees in deze link: dat de etherische olie niet uit de bloemen is te halen.
Enkel chemisch.
https://www.plantennamen.info/wetenschappelijke-namen/convallaria-majalis-lelietje-van-dalen
Ik ben dankbaar dat ik nog door mijn knieën kan, voor de “echte” geur.
Een geur proberen te herinneren roept weemoed op.
Waarschijnlijk omdat ik er niet kan geraken.
Bij de accacia die ook heeft gebloeit, lijkt het te lukken, maar…

Een geur roept herinneringen op als in éénrichtingsverkeer.





Grappig dit bed van:
Absolute zuiverheid, prilheid, oprechtheid, discretie groeide niet in een dal,
maar op een hooggelegen duintje.
Zijn vroegere naam was “Lilium convallum.”
Letterlijk vertaald “lelie der dalen.”
Ook “blaat van geluk” genoemd en dan associeer ik:
Probaat middel tijdens een gifgasoorlog, eerste wereldoorlog.

Voor de tuinders.
Het “meiklokje” heeft een wortelstok.
Een deel van de wortel kan, in de juiste bodemgesteldheid, snel uitgroeien.
Deze vruchtbare kenmerken worden ook symbolisch toegeschreven aan de plant.

Ik visaliseer:
Volgend jaar, op 1 mei, hoor ik meiklokjes tinkelen.
Dan durf ik met de takjes mijn geliefden te bezoeken.
Zo niet, dan blijf ik zitten, om één van de weinige bezoekers te verwelkomen, zoals hieronder.



Leliehaantje op ranonkel.




Bloem elfje


Ik hurk
Zie bloemen zweven
over drietallig blad

Elfenbloem
blij dat je bestaat

Epimedium, een naam uit het hoofd
zonder je nog goed te bekijken

Ik kom naderbij
een paar elfjes schrijven gingen er aan vooraf

Jij bedekt steeds meer droge aarde
in halfschaduw
met een worteldeken
zo sterk

Paars sprak je me aan
in een andere variëteit
Je vroeg, “schrijf enkel elfjes als ik bloei
en wanneer kom ik in jouw lenteverhaal?”

Ik hurk
Zie elfjes in mijn ogen
en lees verder…
geil geitenkruid

Nu het nog kan
elfje elfenbloem:

1-Elfenbloem
2-Lilafee, 3-Berberis
4-Kroonaar, 5-Paraglid-ster, 6-Groenblijver.
7-Taaie , 8-Schaduwminaar, 9-Speels, 10-Rechtopstaand
11-Lustopwekkend


Air Bee & Bee

“Waar haal ik de “air” vandaan?”

Omdat het mijn bedoeling was om een “groen uitziend houten wiel” met artiesteningangen voor “solo bijen” te maken?
Die zou ik dan op hebben gehangen op mijn werkplek bij de Cycle Hub.
Omdat ik me er niet meer thuis voelde, heb ik dat niet gedaan.
Ik ben weggevlogen.

Mijn ideaal om de fietser het groen in te trekken, blijft overeind.

Zeker is, dat er 18 jaar geleden iets is aangewakkerd, door een naaste collega, die mij zijn observaties over insecten deelde.
Hij had een aanstekelijke manier van observeren.
En laat zich omschrijven als:
Het “hele verhaal” achter de levenswijze van soorten insecten.

Ik probeerde wat te schrijven bij ons insectenmuurtje.
Dit wilde niet vlotten, zoals gewoonlijk.
Het was eind maart ongeveer 10 graden celsius.
Uit de wind, de tuin nog zo goed als kaal.

Er vlogen opzienbarende bijtjes heen en weer.
Steeds voor onze “Air Bee en Bee”.

Bijtjes met een steenrood achterlijf kwamen aangevlogen.
“Metselbij, kwam boven ploppen, maar klopt dat en wat gebeurd hier nu precies?
Eerst observeren, dan pas opzoeken wie de bij is”, beloofde ik mezelf, voor de kick.
Aan de hand van de foto’s, buitentemperatuur kwam ik uit bij de “gehoornde metselbij.”
Geschoten foto’s: boven is een vrouwtje, onder is een mannetje.

Ik heb lang getuurd.
Helaas geen dames uit zien checken.
Patrouillerende mannetjes rond de nestingangen zag ik overduidelijk.
Ik kan niet in de gangen van de nesten kijken.
Die bestaan uit cellen met dichtgemetselde muurtjes, met in de cel, voer voor een larve.
Nu moet ik raden, welk muurtje er op instorten staat.
En waar er een man of vrouw de kamergang uitvliegt.
Dit kan dus verder op de gang zijn,(meerdere muurtjes).
Dus niet enkel het muurtje bij de ingang, die ik goed kan zien als ik voor een “kweekblok” sta.
Raadselachtig, had ik ook maar zeskantoogjes met hoorntjes.


In de voorste cellen van de nestgangen zitten overwegend mannetjes,
En achterin de vrouwtjes.
De vrouwtjes hebben een buikschuier waar ze stuifmeel mee kunnen vervoeren.
De mannetjes hebben een kenmerkende witte snor, waarvan de functie nog niet bekend is.
“Misschien gaat het wel om wie de mooiste snor heeft.
 Of stoft het mannetje de cementsluier van de muur?”

“Echt, de vrouwtjes zijn net steenhommeltjes en een stuk groter dan de mannetjes.”

Conclusie:
Zo vroeg in het jaar zijn er dus al solitaire bijen actief die ons kleinfruit bestuiven.
Zaak dus om kweekblokken te blijven produceren voor deze fruitgevers.
Zeker omdat het met de bijenkolonies niet best gaat.

Nu nog op zoek naar bamboestokken, rond 10cm, 10 cm lang.
Zo te zien hebben de gehoornde metselbijen die het liefst.

Inmiddels ben ik van mijn “Air” af en heb ik toch iets geschreven.

Balladette: Blauwe Maandag

abcB
B=refrein
Slotcouplet=acB

Sluimerende dagen verglijden ongemerkt.
Teveel in huis, met binnen zitten.
De honden moeten nog naar buiten.
Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.

In de mist worden suikerbieten uitgereden.
Tot diep in de nacht, razen boeren door het dorp met blubber-ritten.
Karren worden prompt gelost, zware roffels tot in ons bed.
Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.

Vuurwerk rond oud en nieuw geeft alleen maar trammelant.
Laten we gewoon vroeg gaan pitten.
In oorlogsland zijn enkel dode ogen dicht.
Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.

Tegen het nieuwe jaar opzien, als een berg.
Acceptatie is een eerste stap naar het licht.
Nee…morgen, dan ga ik de gang eens witten.

Voetnoot: a.d.h.v. “Rijmwoordenboek”, Jaap Bakker”, is deze balladette tot stand gekomen.
De commerciële winterschilder ziet hier misschien wel brood in?

Column+Gedicht NVDN 2024

Vorig jaar speelde ik didgeridoo in de gistpoort te Middelburg.
De toegangspoort tot het “circus Nacht van de Nacht”, wat het inmiddels is geworden.
Dit jaar ging ik er vanuit dat er een andere plek zou worden toegewezen, om klanken te scheppen.

Ik had totaal geen rekening gehouden met het feit; dat weer de gistpoort zou worden toegewezen.
Mijn collega waar ik vorig jaar mee samen speelde, vond de gistpoort wel oké.
Ik niet, omdat ik het niet de juiste “setting” vind.
Ik vervoer de klankbezoeker liever naar de mysterie en het onbekende.

Als ouder wordende is het niet moeilijk om overal iets van te vinden, zoals:
Het is te vluchtig allemaal, fungeren als aankleding zonder diepte, nee bedankt!

Ik had het geluk dat Frans morgenavond wel in de Gistpoort wil spelen.
Samen met collega Inge

Maar nu vraagt Frans of ik kom spelen.
Terwijl ik bovenstaande toch duidelijk heb proberen te maken.
Maar goed ik ken Frans al langer.

Ik mailde hem, dat ik er wel ergens doorheen zal proberen te blazen.
Omdat ik mijn “slimme” telefoon heb laten liggen in Middelburg, heb ik nu wel een opdracht.

Ik herinner me het “oude” plan, om samen met Frans verder te gaan als GO-DREAMING.
Ook ergens vermeld op deze site.

Om de “nacht van de nacht” te kleuren, hier een gedichtje:

Lantaarns
vervuilen
uit zelfzorg
de nacht


Haast 
onzichtbaar
Spelen de
zwarte toetsen
met de witten

Neuriënde
klanken
Omringen
elkaar


In onverstaanbare
verbinding
zenden
oren
elkaar

betovering

Laurens



Schrijversblok

Er hing een zware stilte rond het nestje van de winterkoninkjes.
Eén keer s’avonds laat, toen hij het deurtje van doghouseblues opende, bewoog er iets.
Heel eventjes maar.
Het was weken geleden.
Zijn hoop keerde kort terug.
Daarna, niks.
Zorgelijk keek hij naar het kantelende nestwerk rond de alsem.


Dan maar een ander tuinverhaal, om aan het schrijven te geraken.
Aan rozemarijnkevertjes dacht hij.
Het exotische kevertje had hij zien zitten op een saliestruik.
Daar waar vorig jaar een rozemarijnstruik had gestaan.
Helemaal vol met “bling bling kevertjes”.
De” Rosmarinus” was eraan bezweken.

Weet je, ik ga die kevertjes verhuizen naar ecoaarde, had hij gezegd
Daar staan immers nog  vitale “roosjes van de zee”.
 
Maar na wat onderzoek hoefde dit toch niet.
De “metalliek roodgroene banen kevertjes” foerageren ook op andere kruiden.
Waaronder Salie, maar ook Lavendel.
Zijn intuïtie om Salie te planten was dus prima geweest.


Zwemmen moest hem helpen bij het schrijven.
Eventjes erin en eruit.
Normaliter was zijn eerste duik op koninginnedag.

De explosieve lente verlamde hem.
Hij verbaasde zich nauwelijks meer.
Alles leek uitgedoofd.
Nu liep hij vrienden tegen het lijf.
En mensen belden hem op.


Daarna viel het verhaal, dat in doghouseblues hing.
Zijn vriendin kwam laat thuis, voor het avondeten.
Ze kwam van “ecoaarde”.
Wat een drama:
Vogeltjes op de vloer, in Doghouseblues.

Ik kan er niet bij met mijn hoofd.
Ik volg je niet.
Ik zit met mijn hoofd bij vanmorgen.
Bij de lange luide snelle maat van metaalachtige ochtendzang.
Winterkoninkje, winterkoning riep hij in zichzelf.

‘Is het een rat?’, vroeg ze.
‘Nee het nest was al aan het kantelen’, zei hij paniekerig.
Wat heeft ze allemaal precies gezien?
Nu wilde hij het allemaal weten.
Wat zei ze nu?
Vogeltjes in het nest terug gezet.
Nest vast proberen te maken.
Ooh…help!
‘Hoeveel volgeltjes?’,Vroeg hij
‘Twee.’
 ‘Met je handen?’
‘Ja, ik kreeg ze amper opgepakt en ze zijn natuurlijk gebutst en hebben nekletsel en…’

Het was hem wel duidelijk.
Dit verhaal ”lijdt” een eigen leven.
Zijn hoop was overgegaan in angst.
En troostte zich met:
Daar “waar” het gebeurd, begint het verhaal.

Troglodytes troglodytes van het hoge vliegen.
Met swing en melancholie.
Als u de “bling bling kevertjes had gezien.
Dan zou u samen met luid metaal al de rovers doen sidderen!

Van de volgende “bladzijde” wilde hij niks weten.
Dus ging hij slapen.

Tijdens de plechtigheid onder de dieren stond hij stil bij de mythe rond de winterkoning.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_winterkoninkje
Willem Frederik van Nassau, die rond 1600 als stadhouder leefde, zou de vogeltjes vast hebben opgegeten.
https://www.natuurpunt.be/soorten/vogels/winterkoning
Goed tegen gal- en nierfalen.
Dat niet meer.

Het feit dat de winterkoninkjes wel 6 nesten per jaar kunnen bouwen, zelfs in schedels, troostte hem.
Met de gevederde vrienden en de “bling bling kevertjes”ging hij in rood doorlopen banen rond ecoaarde.

“Ik zie jouw, jij ziet mij ”

Ik zie jouw
Jij ziet mij
Ik jaag op jou
Jij op vogels

Sluipmoordenaar
Vorig jaar
Toen dwars door een doornenkroon
bij het vogelhuisje

Ik word zo moe van jouw gesluip
met die andere katten uit de buurt
“Een nieuwe lente een nieuw geluid”
Snap je?
van Herman Gorter
ja!

Twee kauwen
ze duiken neer op jou
Als dat geen teken is
Ik lust je rouw.

Je ging naar beneden
Jou nagels krasten
Nu zie jij onze basten
Jij klimt terug

In doghouseblues
waar de Absint Alsem droogt
hangt een verhaal

Winterkoning kom je bij ons wonen?
ook als wij hier komen?
Vogelkoning van het hoogste vliegen
dan hebt U het voor het kiezen

Wij zullen U aandachtig schouwen
zonder verder uit te bouwen

Bezoek van de Winterkoning

Voorbode

Scheller licht

te weinig bomen.

Cetti’s zangers dominant.

Opzij!

Honden

Zwevende stekkerfietsers.

‘Wij gaan naar de bomen, waar niemand lijkt te komen.’

Wetende:

Jonge hond grijpt mountainbikers.

Oude hond kiept uit rolstoel

haar tuigje zal breken.

Het laatste stuk nog dragen?

God wat duurt het lang

Xena!



Voor in een jaar.

Januari zowat om.
Gordijnen wagenwijd open.
Binnen aarden stekjes.

Hup naar buiten 
Volg de voorjaarsbollen!

Spaarzaam zonlicht
Vervlogen tijden.

Vroeg opstaan.
Synchroniciteit.

Levensjaren in herfst
tobben met de winter.

Een frisse bol komt tevoorschijn
uit gecomposteerde aarde.
Vertroetelen maar
gepeld word je later wel.

Lichtstralen vallen
op tot humus geworden bladeren.

Overal wormen
die grond bewerken.
Wat een leven!

Te snel opkomen
helemaal licht in de bol.


Bloei Japanse Mispel